Uitgelicht
  • Landelijke primeur met trajectfinanciering jeugdzorg - woensdag 8 december 2010

Overijssel is met ingang van 1 januari 2011 de eerste provincie die het zorgaanbod in de jeugdzorg bekostigt door middel van trajectfinanciering. Hiermee creëert de provincie ruimte voor de aanbieders van (geïndiceerde) jeugd- en opvoedhulp om kind(systemen) passende zorg op maat (= vraaggericht) te leveren. Die zorg moet erop gericht zijn dat kinderen en hun ouders, waar mogelijk, hun eigen leven weer op kunnen pakken.

 

De provincie beperkt haar rol tot het vaststellen van kaders op hoofdlijnen, het definiëren van gewenste resultaten en het beschikbaar stellen van daarop afgestemde (gebundelde) doeluitkeringen. Het is vervolgens aan de hulpverleners om - in samenspraak met de ouders en kinderen - te kijken hoe zij die resultaten het beste kunnen realiseren. Overijssel loopt hiermee in Nederland voorop. De verwachting is dat als gevolg van deze nieuwe werkwijze de doorstroming van cliënten binnen de jeugdzorg aanzienlijk wordt versneld: met hetzelfde budget worden zo meer kinderen geholpen. Dit staat in het gisteren door GS vastgestelde Uitvoeringsprogramma Jeugdzorg Overijssel 2011 ‘Meelopen op eigen kracht'. In dit programma zijn de concrete activiteiten opgenomen die in 2011 op het terrein van de jeugdzorg in Overijssel worden uitgevoerd.

 

Het werken via trajectfinanciering betekent dat per cliënt de hulpverlening (in de vorm van een cliënttraject) gesubsidieerd wordt met een vast bedrag. De zorgaanbieder is vervolgens niet meer gebonden aan het moeten leveren van de vooraf door Bureau Jeugdzorg ingeschatte duur en vorm van zorg. De zorgaanbieder krijgt alle ruimte om in overleg met de cliënt de hulpverlening flexibel en gedifferentieerd vorm te geven: echt ‘zorg op maat' dus. De subsidie wordt definitief afgerekend wanneer het cliënttraject wordt afgesloten.

 

De activiteiten binnen het uitvoeringsprogramma vinden hun basis in het provinciale beleidsprogramma jeugd Nieuwe Bezems 2008-2011 en het Beleidskader Jeugdzorg 2009-2012. Er is in voorgaande jaren veel in gang gezet en bereikt om de instroom in de geïndiceerde zorg te beperken en de door- en uitstroom te bevorderen. In 2011 zet de provincie het beleid voort en ligt de nadruk meer op de daadwerkelijke invoering van de vernieuwende werkwijzen die in de afgelopen jaren zijn voorbereid.

 

Om de instroom te beperken wordt onder meer de aansluiting tussen het lokale jeugdbeleid en de (geïndiceerde) jeugdzorg verbeterd. Het ‘in eigen kracht en regie zetten' van ouders en kind staat daarbij centraal. De betrokkenheid van de gemeenten bij het Overijssels jeugdzorgbeleid wordt verder vergroot, bijvoorbeeld via de mogelijkheid van inzet van ambulante hulp zonder dat daarvoor door Bureau Jeugdzorg eerst het formele indicatietraject moet worden doorlopen. Over deze mogelijkheid zijn tussen Rijk en provincies voor 2011 afspraken gemaakt.

 

Met de financiering van de activiteiten uit het Uitvoeringsprogramma is in totaal bijna € 120 miljoen gemoeid, waarvan ruim € 8 miljoen aan provinciale middelen.

 

Trajectfinanciering werd in Overijssel uitgedacht en uitgewerkt door een team van beleidsadviseurs (Hein van Veluwe, Harro Rijkhoek, Henk Kleinmeijer) dat werd begeleidt en gecoordineerd door Peter Paul Doodkorte.

 

UITGELICHT

Uit wiens koker kwam dat nou?

Plan+ is tot stand gekomen na samenspraak tussen de provincie Overijssel (Henk Kleinmeijer) en BMC (Peter Paul Doodkorte en Jos Baecke).

 

Directe aanleiding was een beleidsscan jeugdzorg die BMC in 2008 uitgevoerd heeft. Hierop voortbor-durend kwam de provincie Overijssel met het meerja-renbeleidkader "Nieuwe Bezems." Plan+ is een onderdeel van dit beleidskader.

 

Wat was de kracht van Plan+?

De kracht lag in de dialoogsturing. Daarbij 'stuurde' de cliënt, danwel het cliëntsysteem. Dus dat betekende dat er na een Plan+ tafel gelijk een plan lag, waarin de probleemdiagnose geformuleerd was maar ook hoe de problemen opgelost ging worden. Dit maakte eigenlijk dat de cliënt ook daadwerkelijk opdrachtgever was. Hij of zij gaf opdracht aan de zorgprofessionals om samen zijn/haar probleem aan te pakken.

 

Wie waren de dragende personen/partijen achter Plan+?

Er zijn verschillende dragende partijen achter Plan+. Dit zijn de zorgaanbieders, bureau jeugdzorg, de provincie Overijssel en BMC (Peter Paul Doodkorte en Ellen van den Hoven).

 

Was Plan+ dan de oplossing voor wachtlijsten?

Plan+ was beslist geen oplossing voor de wachtlijsten! Het was slechts een alternatief voor het input en procesdenken. Het stimuleerde het "omdenken" waarbij de cliënt centraal stond. Plan+ ging daarbij buiten gebaande paden bij het aanpakken van problemen.

 

Was Plan+ binnen de Jeugdzorg baanbrekend?

Absoluut. Het was een eerste concrete uitwerking van de inmiddels landelijk gedeelde visie op en sturing van de jeugdzorg. Maar resultaatsturing (dat wil zeggen, sturing op outcome) stond in de jeudgzorg nog in de kinderschoenen.

 

Kun je eens beschrijven hoe een Plan+ tafel verliep?

We nodigden de cliënt, samen met voor hem belangrijke personen aan tafel en vroegen hem/haar naar zijn/haar ideeën over de door hem of haar gewenste toekomst. Vervolgens inventariserden wij wat nodig was om dat perspectief (de droom) te bereiken. Dit betekende dat wij primair praatten over mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden en problemen.

 

Anpakk'n

Het project ‘Anpakk’n’, voorheen Multi Problem Single Approach (MPSA), was een initiatief van de provincie Overijssel en de gemeenten van Netwerkstad Twente. Het project richtte zich op de aanpak van jongeren met zware meervoudige problematiek.

 

Het doel van het project is deze jongeren weer naar school of aan het werk te krijgen en zo nodig een hulpverlenings-traject te laten volgen.

 

Rond deze jongeren was sprake van een veelheid aan zorgver-leners, afkomstig uit verschillende leefdomeinen. Zij verleenden, gevraagd en ongevraagd, verschillende diensten, maar wisten van elkaar onvoldoende dát ze dit doen en wát ze doen. Deze fragmentarische aanpak wordt bovendien bevorderd door het doelgroep- en beroepsgestuurde systeem (indicatiestelsel, subsidieregels en uitsluitings-criteria). Jongeren met zware meervoudige problematiek hebben zo, vrijwillig of gedwongen, met meerdere instanties van doen. Er ontbreekt daarbij een verantwoordelijke voor het geheel.

 

Om deze knelpunten op te lossen en daarmee de hulpverlening aan deze jongeren optimaal in te richten, is in samenspraak met de landelijke, provinciale, regionale en lokale overheden het project ‘Anpakk’n’ gestart, gericht op een aanpak die niet versnipperd is en recht doet aan het integrale karakter van het probleem.

 

Gebruikmakend van bestaande structuren en instanties realiseerde Anpakk’n een werkwijze, waarbij het principe ’één cliënt, één dossier, één coördinator, één handelingsplan en één financiering’ leidend is. Per gemeente functioneerde een multidisciplinair samengesteld team, waarin alle leefdomeinen zijn vertegenwoordigd. Dit team voorzag in bindende besluitvorming ten aanzien van indicatie en noodzakelijke interventies.

 

Copyright 2013 © All Rights Reserved